Nieuws
Verkiezingsevenement Samenlevingsopbouw
Beleidsmakers laten maatschappelijk achtergestelde mensen in de kou staan!

Sector Samenlevingsopbouw luidt de alarmbel. Op 6 mei voeren buurt- en opbouwwerkers van de sector Samenlevingsopbouw, bewonersgroepen, huurders in de sociale huisvesting, verenigingen waar armen het woord nemen en basisgroepen actie naar aanleiding van de regionale en Europese verkiezingen. In deze tijden van verkiezingsbeloftes vroegen wij heel uitdrukkelijk beleidsaandacht voor mensen die kampen met sociale uitsluiting en maatschappelijke achterstelling. In aanwezigheid van de Oost-Vlaamse politieke kopstukken lieten we met een luidruchtige actie, gevolgd door een debat onze stem horen. Want ieders stem telt, ook na de verkiezingen van 7 juni!
De Vlaamse overheid is er de voorbije vijf jaar niet in geslaagd een beleid te voeren dat maatschappelijk achtergestelde mensen ten goede komt. Nochtans waren zij veelvuldig aanwezig in het beleidsdiscours. Er werd bestuurd in economisch goede tijden. Er waren middelen en mogelijkheden om effectief iets te doen. Toch is de ongelijkheid toegenomen. Uit de Atlas van kansarme buurten van KU Leuven blijkt dat zowel in de grootstedelijke kernen als op het platteland het aantal achtergestelde buurten toeneemt.
Wij eisen een beleid dat afgestemd is op de noden en behoeften van maatschappelijk achtergestelde mensen. Een beleid dat binnen de beperkte financiele mogelijkheden die er nu zijn, voorrang geeft aan mensen in maatschappelijk achtergestelde posities.
Voorbeelden over betaalbaar wonen, armoedebestrijding en basiswerk en participatie tonen aan waar het fout loopt en hoe het anders kan.
Betaalbaar wonen:
Het recht op wonen staat zwaar onder druk. Mensen in armoede vinden steeds moeilijker een kwaliteitsvolle en betaalbare woning die woonzekerheid biedt in een leefbare omgeving. De sociale huurmarkt is ontoereikend. De private huurmarkt krimpt en wordt onbetaalbaar. De woonkost stijgt sneller dan het gemiddelde inkomen, en sneller voor huurders dan voor eigenaars. Wij pleiten voor een beleid dat betaalbare en toegankelijke huisvesting garandeert door onder andere:
- te voorzien in 75.000 bijkomende sociale woningen tegen 2017.
39% van alle huurders op de private woningmarkt komt wettelijk in aanmerking voor een sociale woning. Het gaat om 180.000 gezinnen waarvan een aanzienlijk deel op de wachtlijsten van de sociale huisvesting terecht komt.
76.000 personen staan op de wachtlijsten voor een sociale huurwoning. In 2007 steeg het aantal sociale huurwoningen met amper 2.631 eenheden. Dat is een toename met 1,9%. Het gevraagde aantal van 75.000 bijkomende sociale woningen is nog ver weg.
- het sociale huurprijsstelsel te corrigeren.
Recent werd door de Vlaamse overheid een nieuw sociaal huurprijsstelsel uitgewerkt dat onder andere gestoeld is op de betaalbaarheid van de sociale huur en een grotere differentiering binnen de huurprijzen door de koppeling aan de hoogte van het inkomen. Wij onderschrijven deze doelstelling maar merken dat het nieuwe huurstelsel nadelig is voor grotere gezinnen (gezinnen met drie of meer kinderen ten laste). Bovendien zijn het niet enkel de hogere inkomensgroepen die meer sociale huur moeten betalen, ook de laagste inkomensgroepen hebben af te rekenen met hogere huurprijzen. Soms omdat de huurprijs gekoppeld is aan het leefloon, dat als minimaal inkomen geldt. Soms omdat de normale huurwaarde fors wordt opgetrokken naar de nieuwe markthuurwaarde. Het uitgewerkte mechanisme om de huurprijsstijging voor de lage inkomens tegen te gaan, faalt. Een correctie is nodig.
Armoedebestrijding:
Wij willen een herverdelende overheid en harde politieke maatregelen die voorrang geven aan mensen in maatschappelijk achtergestelde posities. 16 % van de Belgen leeft in een gezin met een inkomen dat gelijk is aan of lager is dan de EU-armoedegrens, en 21 % van kinderen in arme gezinnen loopt schoolse achterstand op.
Professor Bea Cantillon wijst op het Mattheuseffect, het effect dat aan wie al veel (inkomen, ¡K) heeft, nog meer wordt gegeven. De overheid creeert aanvullende voorzieningen op het vlak van kinderopvang, tijdkrediet, zorgverzekering en dienstencheques. In de praktijk blijkt dat die positieve maatregelen vooral ten goede komen van mensen met een hoger inkomen, en dat kwetsbare groepen daar weinig baat bij hebben. Risicogroepen of mensen die in armoede leven, blijven met andere woorden in de kou staan.
Volwaardige participatie en verankering van het basiswerk Mensen die kampen met maatschappelijke achterstelling worden niet gehoord door het beleid en ze nemen er ook niet aan deel. Wij pleiten voor een beleid dat maatschappelijk kwetsbare groepen - meer dan nu - beschouwt als actieve burgers, als participanten aan het beleid. Maatschappelijk kwetsbare groepen moeten op hun maat kunnen participeren aan de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van dat beleid.
In tal van decreten, zoals het decreet op het Lokaal Sociaal beleid, duikt participatie op als sluitstuk voor een goed en voor kwetsbare groepen noodzakelijk beleid. Vlaanderen laat evenwel na om de nodige ondersteuning te bieden opdat deze groepen ook werkelijk kunnen participeren aan de beleidsvoering!
Om dat te kunnen bereiken is er nood aan een verankering van voldoende en kwalitatief basiswerk van waaruit maatschappelijk achtergestelde groepen gefundeerd kunnen participeren aan het beleid op de verschillende niveaus.