Armoede is nooit alleen individueel of lokaal. Armoede is altijd structureel!

28.09.2020

De cijfers van de armoedebarometer in Denderleeuw komen hard binnen. De armoede stijgt niet alleen sterk, maar ook zeer snel. Op 10 jaar tijd veranderde Denderleeuw van een gemeente met een sterke, hogere middenklasse in een gemeente met sterke toenames aan beide kanten van de inkomstencurve en een groeiende, arme middenklasse. Vandaag brengt de armoedebarometer Denderleeuw in beeld als één van de meest kwetsbare gemeenten van Oost-Vlaanderen.

 

Armoede, de sneltrein van Denderleeuw

Denderleeuw stond vroeger bekend om zijn nijverheid. Eind vorige eeuw verminderde de lokale tewerkstelling en kwamen de vele arbeidershuizen leeg te staan. Deze huizen waren in slechte staat, maar bleken betaalbaarder dan in Brussel. De nabijheid van en de goede treinverbinding met onze hoofdstad zorgde voor een instroom van inwoners uit het Brusselse. Zij verbeterden hun individuele situatie door een eigen woning aan te verschaffen en hun kinderen toegang te geven tot kwalitatief Nederlandstalig onderwijs. Maar de armoede in Denderleeuw nam toe.

 

Die armoede toont zich vandaag de dag in het hoog aantal budgetmeters, in de talrijke betalingsmoeilijkheden, in het groot aantal inwoners met verhoogde tegemoetkoming en een studietoelage. Deze cijfers liggen ver boven het provinciaal gemiddelde. De armoede zien we niet weerspiegeld in het percentage leefloonuitkeringen, of werkzoekenden. Daar merken we de voorbije jaren weinig verandering en wijkt Denderleeuw niet af van de rest van Oost-Vlaanderen.

 

Uitdagingen in het lokaal armoedebeleid

Denderleeuw kan de sterke bevolkingsgroei en toenemende armoede niet tijdig behappen. De gemeente beschikt immers niet over de faciliteiten van een centrumstad. Het wegtrekken van heel wat hulp- en dienstverlening uit de gemeente en het afbouwen van loketfuncties de voorbije jaren hielp ook niet echt.

 

Denderleeuw wordt bovendien geconfronteerd met een grote groep mensen in armoede waarvoor de Vlaamse en federale solidariteit uitblijft: werkende armen.

 

Tot slot wonen er in Denderleeuw ook heel wat Belgen met een migratieachtergrond. Zij lopen een hoger risico om in armoede te raken. In Denderleeuw stijgt de groep inwoners die naast economische ongelijkheid ook getroffen wordt door discriminatie op basis van afkomst of taal zienderogen. De stijgende niet-witte kleur van armoede in Denderleeuw, maakt van armoede een moeilijk politiek thema. Slechts weinig politici durven de rechten en belangen van alle inwoners, ongeacht hun kleur, te behartigen.

 

Lokale investeringen

De gemeente doet wat ze kan en dat is veel. Met de inzet van jeugdopbouwwerk, buurtwerk, rechtenverkenners en onderwijsopbouwerk investeert de gemeente in nabijheid. Inwoners in een kwetsbare situatie worden in hun omgeving benaderd en ondersteund. Van onderuit worden oplossingen voor meer sociale gelijkheid uitgewerkt. Er worden bruggen gebouwd tussen instanties en instellingen vb. onderwijs, CAW, … zowel binnen als buiten de gemeente.

 

Het groot aantal uitdagingen dat de gemeente wenst aan te pakken is veelbelovend. Met een goed omkaderde OCMW-werking, een versterkt breed onthaal, een huis van het kind als lokaal aanspreekpunt voor gezinnen, verbeterde steunmaatregelen en vroegdetectie van armoede toont het bestuur haar inzet op lange termijn.

 

Ook op korte termijn toonde de gemeente zich sterk. Tijdens de coronacrisis werden de mouwen opgestroopt: ‘Denderleeuw Helpt’ werd opgestart, senioren opgebeld, spel – en voedselpakketten aan huis gebracht, laptops aangekocht en ingezet om afstandsleren te faciliteren.
Deze lokale inzet is groot, versterkt het vangnet voor wie in armoede leeft, maar dicht de structurele mazen niet.

 

Nood aan bovenlokale structurele maatregelen

Meer dan 1.865.000 Belgen hebben op basis van inkomen een armoederisico. Een toereikend vangnet bestaat minstens uit het optrekken van de inkomens boven de armoededrempel. Leefloon, werkloosheidsuitkering, pensioen en ziekteuitkering moeten naar omhoog. Heel wat lokale overheden voorzien aanvullende uitkeringen, maar kunnen deze kosten niet blijven dragen. Een federaal fonds dringt zich op. Structurele maatregelen zijn de basis, lokale maatregelen slechts een noodzakelijke aanvulling, niet andersom.

 

Zo heeft Denderleeuw bijvoorbeeld haar sociaal objectief inzake sociale woningen effectief behaald, maar dat neemt de wachtlijsten en de reële lokale nood aan betaalbaar wonen niet weg. Er is dringend een Vlaams gecoördineerd en regionaal afgestemd huisvestingsplan nodig dat de lokale goodwill overstijgt.

 

Daarnaast is er ook een grote rol voor het onderwijs weggelegd. Onderwijs werkt preventief. Een groot plan voor gelijke onderwijskansen, met een maximumfactuur in het secundair onderwijs is urgent willen we de stijgende armoedecurves afvlakken. Schooluitval, vroegtijdig schoolverlaten, zitten blijven, financiële drempels… werken ongelijkheid in de hand die nog lang na het verlaten van de schoolbanken doorwerkt.

 

Weg van de individuele schuld

Lijnrecht tegenover het structureel benaderen van armoede, staat het individueel schuldmodel. Het dominante beeld van de luie, onwillige arme, verantwoordelijk voor de eigen situatie, voedt het publiek debat. Op dit beeld worden maatregelen die armoede moeten bestrijden al te vaak gebaseerd.

 

Europees, federaal, lokaal… op elk niveau is sociale fraudebestrijding een prioriteit. Maar waartoe leidt dit? Wetende dat slechts een klein percentage fraudeert (5%), maar een veel hoger percentage mensen (60%) rechten mist?

 

Wie steun geniet, wordt een reeks voorwaarden opgelegd. Niks voor niks. In het Geïndividualiseerd Project voor Maatschappelijke Integratie (GPMI), een contract dat een OCMW sluit met de persoon die een leefloon aanvraagt, wordt leefloon verbonden aan voorwaarden zoals een opleiding volgen, de taal leren… Bij niet naleving wordt de rechthebbende gestraft i.p.v. ondersteund en verliest hij bijvoorbeeld zijn leefloon.

 

Het individuele schuldmodel is hardnekkig. Wanneer Schepen Sofie Renders op Radio 2 pleit voor een sterkere strijd tegen armoede klinkt al snel op sociale media dat “meer geld leidt tot meer gemakszucht”. De concurrentiestrijd aan de onderkant van de samenleving is bikkelhard. Binnen het individueel schulddenken biedt het verhaal van de onbekende, luie, vreemde, die de welvaart van de hardwerkende Belg vernietigd, een uitkomst. De echte kloof in inkomen en macht blijft in stand. We herverdelen slechts beperkt. De werkende armen, de armen door ziekte, de gepensioneerde armen kunnen niet rekenen op solidariteit…

 

Er is ook iets pervers aan de armoedecijfers zelf. De cijfers brengen in beeld wie steun geniet zoals leefloon, budgetmeter, schooltoelage. De cijfers tonen niet wie onderbeschermd leeft. De toegang tot rechten wordt steeds meer verengd door het inperken van dienstverlening, het voorwaardelijk maken van rechten, disproportioneel inkomstenonderzoek bij het toekennen van steun, evident schulddenken dat vertrouwen in hulp- en dienstverlening in de weg staat. We zien ook steeds meer gemeentes en steden verleid worden tot benchmarken. Door niks meer of beter te doen dan de buren, proberen zij het zogezegde aanzuigeffect van armen tot een minimum te beperken. We voeren een strijd tegen armen, niet tegen armoede.

 

Herverdeling en solidariteit

De strijd tegen armoede is een uiterst belangrijke democratische uitdaging. Deze strijd moeten we samen voeren, niet individueel. We hebben nood aan wat onder druk staat: herverdeling en solidariteit tussen de overheden, tussen de vermogens, tussen de burgers. Laten we niet alleen de cijfers doen dalen, maar bovenal reële armoedesituaties verhelpen. Laten we alles inzetten wat nodig is om de onderdrukking en het onrecht dat armoede is, samen te bestrijden.

 

Tekst: Lieke De Jans