Het virus genaamd solidariteit

08.05.2020

De meeste mensen deugen. Dat toont de golf van solidariteit die ons in tijden van lockdown met elkaar verbindt. Maar de vele burgerinitiatieven en solidariteitsprojecten wijzen ook op een ongemakkelijke waarheid: de hoge nood aan meer sociale rechtvaardigheid. Van burgerdemocratie, over sociale bescherming, tot toegankelijke publieke ruimte: het is meer dan ooit tijd om de samenleving grondig te herdenken.

 

De coronacrisis zet ook het opbouwwerk onder grote druk. ‘Social distancing’ staat haaks op de nabijheid die voor het opbouwwerk zo cruciaal is.

 

Geen fysieke ontmoeting en niet bij de mensen thuis kunnen komen, het raakt het hart van ons werk. Om goed te signaleren, preventief te handelen en zo crisissituaties te voorkomen, moet je kunnen zien, horen en voelen wat er speelt in de thuiscontext. Dat lukt nu niet.

 

De impact van corona op kwetsbare groepen in de samenleving is zeer groot. Als opbouwwerkers zien en horen we dat mensen in deze coronaperiode nog meer geïsoleerd raken, dat er financiële problemen ontstaan en dat spanningen in gezinnen oplopen. Wie al eenzaam was, is in tijden van lockdown helemaal verloren. Veel maatschappelijke dienstverlening stopt, voorzieningen sluiten. Psychiatrische centra stoppen met dagtherapie. Vluchtelingen kunnen nergens heen. En hoe blijf je in je kot als je dak- of thuisloos bent?

 

Voor thuisonderwijs heb je een computer nodig, een rustige kamer en iemand die je kan begeleiden. Valt daarbij ook nog de job weg, dan levert dat extra stress op in gezinnen of huishoudens. Niet iedereen heeft immers een financiële buffer om een aantal maanden huur, elektriciteit en andere vaste kosten zomaar te overbruggen. Daarbij komt dat het ontbreken van een sociaal netwerk en armoede vaak samengaan. Nu buurthuizen dicht zijn, en ook hulpverleners veelal telewerken, kunnen mensen in een kwetsbare maatschappelijke positie dikwijls nergens terecht. En niet iedereen gooit zijn verhaal zomaar op de zoveelste goedbedoelde Facebookgroep om hulp te vragen.

 

UIT UW KOT!

Het belang van basiswerk wordt dus heel zichtbaar nu. Waar er de voorbije jaren op te veel plaatsen werd gesnoeid in nulde- en eerstelijnswerk bij veel diensten en organisaties, wordt nu overduidelijk hoe groot het belang is van basiswerk en nabijheid. Onze opbouwwerkers hebben zich in korte tijd moeten heruitvinden. Opbouwwerk is zeer concreet, dicht bij de mensen. Hoe doe je dat, als iedereen zijn kot moet blijven?

 

De coronaperiode vraagt improvisatie, flexibiliteit en creativiteit van opbouwwerkers. Snel omschakelen van een live naar een onlineaanpak en verbinding zien te houden met doelgroepen waarmee de lijntjes al dun waren. We proberen zoveel mogelijk in de wijken rond te lopen, we flyeren, brengen drempelbezoekjes, zetten telefoonrondes op en trekken met een muziekkar of de megafoon door de straten, om toch maar de vinger aan de pols te houden. Ook in tijden van corona blijft outreachend werken cruciaal.

 

Ik denk aan Rosa uit Zelzate, die haar facturen regelmatig aan het OCMW moet bezorgen maar binnenblijft, bang voor corona. Opbouwwerkster Muraz bracht Rosa in contact met Ibrahim, die in de straat woont en bij Rosa een scan-app installeerde, zodat ze nu haar facturen digitaal kan doorsturen.

 

Ik denk aan Hüseyin, mama van drie kinderen, de oudste in het eerste middelbaar. Begin er maar, aan pre-teaching met één versleten laptop die het niet altijd doet. Financieel krijgt ze het niet rond, maar de vrouw is te trots om hulp te vragen bij het OCMW. Achter dit soort kleine voorbeelden schuilen grote maatschappelijke problemen. Niet iedereen springt zomaar over de digitale kloof. We hebben dus een laptopactie opgezet, in samenwerking met gemeentebestuur, jeugddienst, OCMW en de scholen. Om iedereen online te helpen. Maar het drukt ons met de neus op de feiten. Moeten we van het recht op digitale toegang ook geen nieuw grondrecht maken?

 

GOLF VAN SOLIDARITEIT

Het is hoopvol en hartverwarmend om te zien hoe een golf van solidariteit over de samenleving spoelt. Middenveldorganisaties en burgers slaan de handen in elkaar, en verspreiden solidariteit, als ware het een pandemie. Burenhulp, mondmaskers naaien, cakes bakken voor de helden van de zorg. Mijn favoriet: de zaadzaaiers van Ronse. Onder het motto ‘zaai solidariteit’ trekken opbouwwerkers en vrijwilligers van Samenlevingsopbouw van deur tot deur om zaden van kruidenplanten uit te delen. En potgrond voor wie het nodig heeft – toen moesten de tuincentra nog gesloten blijven. Vijftig wandelaars verspreiden elke week op hetzelfde moment ‘zaadbommen van bloemen’ in de stad. Dat zorgt voor verbinding, op veilige afstand. De zaadbommen brengen kleur en warmte in de stad, en vooral: hoop.

 

Tot spijt van wie het benijdt, de neoliberale onheilsprofeten hebben ongelijk. De mens is geen egoïstisch roofdier, maar een solidaire supersamenwerker. Maar wij moeten tegelijk de overheden op hun verantwoordelijkheid wijzen. In bepaalde steden zie je hoe burgers en lokale overheden de handen in elkaar slaan, zelfs waar het overleg met middenveldorganisaties muurvast zat of burgerinitiatieven argwanend bekeken werden. Wat dikwijls als een bedreiging gezien werd, burgers die de samenleving van onderuit vormgeven met participatieve en politiserende projecten, wordt nu plots een noodzakelijke meerwaarde om de samenleving in deze coronacrisis structuur en een solidaire ruggengraat te geven.

 

Maar er is een b-kant aan dat plaatje. Het is voor de overheid té gemakkelijk wanneer burgers het overnemen. We mogen best scherp zijn voor politici en partijen die al jaren zwaar besparen op gezondheid, welzijn, basiswerk en alles wat in onze samenleving weerloos maar van grote waarde is, maar nu wel applaudisseren voor onze helden en witte lakens uit het raam hangen.

 

Uit de coronacrisis vallen veel lessen te trekken. Over het belang van een sterke sociale zekerheid die niemand achterlaat. Over de nood aan volwaardige jobs met een stabiel inkomen dat mensen beschermt tegen coronaschokken. Over de noodzakelijke uitbouw van een sterke eerstelijnsgezondheidszorg die paraat staat bij epidemische uitbraken. Over de absurditeit van jarenlange besparingen in de rusthuissector, een dodelijke politieke keuze. Over het belang van een sterke publieke sector, die zorg voor elkaar als een recht beschouwt, en niet als koopwaar.

 

TUIN OP RESERVATIE

Omdat in Ronse veel mensen in kleine arbeiderswoningen zonder tuin huizen, stelden wij De Lochting, de tuin van Samenlevingsopbouw ter beschikking. Gezinnen kunnen het terrein telkens voor een uur reserveren om buiten te spelen, te voetballen of een kamp te bouwen terwijl hun ouders in de moestuin kruiden plukken. Op die manier kunnen ook Ronsenaars uit de dichtbevolkte arbeiderswijken in deze lockdowntijden eens uit hun kot.

 

In een mum van tijd was de tuin-op-reservatie volgeboekt. Grote gezinnen met kleine kinderen, van wie de ouders de muren opliepen. Maar ook eenzame mensen reserveren de tuin voor een beetje sociaal contact, zij het dan verplicht op anderhalve meter, in de groene oase van Samenlevingsopbouw.

 

De coronacrisis duwt ons pijnlijk met de neus op een realiteit die we al lang kennen, maar te vaak onder de mat vegen: de nood aan een herverdeling van de publieke ruimte. De sociale ongelijkheid zorgt ervoor dat ook de impact van de coronacrisis ongelijk gespreid wordt. Hoe leefbaar het is om ‘in uw kot’ te blijven, hangt in grote mate van uw kot af. In een ruime villa met landschapstuin is dat net iets evidenter dan in een kleine arbeiderswoning zonder koertje. Publiek groen, van parkje tot bos, wordt dan cruciaal.

 

Dat we door corona gedwongen in ons kot moeten blijven, zet het belang van groene, openbare ruimte in een ander perspectief. Straten en pleinen liggen er verlaten bij, stadsbewoners zoeken parken, bossen en groen in de buurt op om een frisse neus te halen en eindelijk die start-to-run tot een goed einde te brengen. “Nu we beperkt zijn in onze verplaatsingen, is bij veel mensen de nood en behoefte aan kwaliteitsvolle verblijfsplekken in eigen buurt zeer concreet”, schrijft stedenbouwkundige Jan Vilain. Hij vraagt zich af: “Zal deze crisis blijvende gevolgen hebben voor de manier waarop de samenleving de openbare ruimte gebruikt en beleeft?”

 

Het antwoord is: ja. Denk aan de oproep van kustburgemeesters om een strandpasje in te voeren, nu blijkt dat we deze zomer ook op het strand best anderhalve meter afstand houden? Ook hier speelt de maatschappelijke kloof tussen haves en have-nots. Getuige daarvan het voorstel om het zandstrand prioritair voor te behouden aan tweedeverblijvers en hotelgasten, naast de eigen bewoners. Maar waarom zou de toestand van je bankrekening moeten bepalen of je toegang krijgt tot de publieke ruimte? De kust is van iedereen.

 

In die zin dwingen exitstrategieën ons ook om na te denken over de herinrichting van onze samenleving – of over hoe wie die samenleving in de stedelijke ruimte betonneren. Het recht op groene ruimte, bankjes om te vertoeven en aantrekkelijke speelruimte voor kinderen is in veel steden en gemeenten nog lang niet gerealiseerd. Een boom in elke straat? Was het maar waar. Ook na deze crisis zullen mensen nog klein behuisd blijven, vereenzamen of tegen betonnen muren oplopen. Wat we nodig hebben zijn steden op mensenmaat, met groen in elke buurt, een levendig aanbod van buurtwinkels, cafés, volkstuinen en bakkers, kappers en sportcentra, met stevig ingebedde zorgcentra en kwalitatieve openbare voorzieningen. Steden dus die publiek, solidair en coronaproof zijn.

 

VAN BURENHULP TOT SNOWBOARDCHALLENGE

Een sterk lokaal sociaal beleid maakt een wereld van verschil. In Zelzate besliste het gemeentebestuur zeer snel om een burenhulpsysteem op te zetten dat heel de gemeente overspande. Omdat het schepencollege goed beseft dat je kwetsbare mensen best persoonlijk bereikt, niet louter via email, werd een duidelijke flyer met informatie over coronapreventie en de snel en efficiënt opgezette boodschappendienst op een weekend tijd met vrijwilligers in heel de gemeente gebust.

 

Zelzate was één van de eerste gemeentes die, samen met Samenlevingsopbouw, een buddysysteem opzette voor boodschappen en andere hulp. Vanuit die urgentie kwam een hele dynamiek op gang, in co-creatie tussen bestuur en maatschappelijk middenveld. ‘Iftar vanuit uw kot’ bijvoorbeeld, een ramadanpakket met Meetjeslandse pannenkoeken en Turkse linzensoep, om verschillende bevolkingsgroepen bij elkaar te brengen. Met ‘Café Fermé’, een onlinecafé van Samenlevingsopbouw, de jeugddienst en het jeugdopbouwwerk, probeerden we jongeren door een lastige periode te helpen. De activiteiten op pleintjes vervingen we door online rap-optredens, babbelboxen, tips & tricks om de verveling tegen te gaan, en fitfilmpjes. Gouden Olympiër Evy Poppe lanceerde op Café Fermé haar eigen snowboardchallenge voor de Zelzaatse jeugd. Noem het ‘quarantrainen’ voor gevorderden.

 

Samenlevingsopbouw zette er samen met Geneeskunde voor het Volk, het lokale wijkgezondheidscentrum, een preventieve telefooncampagne op. Met de ‘Solidarofoon’ proberen we zoveel mogelijk patiënten en buurtbewoners op te bellen voor een babbeltje, maar vooral om hulpvragen en signalen pro-actief op te sporen.

 

Dezelfde dynamiek zie je ook in andere gemeentes. In steden waar het bestuur voluit kiest voor sociaal beleid, met een visie op lange termijn en verknoopt met het middenveld, daar komt de hulp veel sneller en gerichter op gang. In Gent geven 13 Gentse organisaties een ‘Solidariteitsfonds voor moeilijke tijden’ vorm, in samenwerking met stad en OCMW. Meer dan 1.200 Gentenaars steunen financieel. Van onderuit werd een indrukwekkende hulpverlening opgezet met voedselbonnen en warme maaltijden. In Gent is er ook het buddysteem ‘Paraat zonder Straat, dat geëngageerde doeners verbindt met de hulpvragen van kwetsbare buurtbewoners. Meer dan 125 ‘straatantennes’ gaan ondertussen actief op zoek naar buren in nood, want veel mensen durven zelf geen hulp vragen.

 

Maar in de wereld na corona kan het hier niet bij blijven. Dat burgerinitiatieven hun werking snel en breed uitrollen bewijst hoe groot de nood is aan solidaire structuren, diep ingebed in volkswijken en woonbuurten. Waarom bouwen we de burenhulp niet uit tot volwaardige straatgroepen en wijkraden die solidariteit en wederzijdse hulp verankeren in de brede samenleving? Het middenveld en lokale besturen kunnen hier naadloos op aansluiten, met opbouwwerk en buurthuizen. We zien vandaag hoe belangrijk dat is. Waar we als Samenlevingsopbouw goed zijn ingebed, met een buurthuis en een sterke basiswerking is het nu in crisisperiode eenvoudiger om de vinger aan de pols te houden.

 

DE MEESTE MENSEN DEUGEN

De coronacrisis bewijst eens te meer dat de meeste mensen deugen. Toch mogen deze hartverwarmende initiatieven de aandacht niet afleiden van een ongemakkelijke waarheid. Het is onaanvaardbaar en mensonwaardig dat we in een rijk land als het onze mensen voedselhulp en inderhaast opgezette solidariteitsnetwerken nodig hebben om te kunnen overleven. Voedselhulp is noodhulp voor mensen die dreigen honger te hebben, zeker in tijden van crisis. Maar eens de coronacrisis bezworen is, is het hoog tijd om meer structurele maatregelen te treffen.

 

Te veel mensen vallen door de mazen van ons sociale vangnet, dat steeds voorwaardelijker wordt. We moeten de politieke ruimte openrekken, zodat structurele maatregelen mogelijk worden die mensen in een kwetsbare positie ten goede zullen komen. We moeten ons sociaal systeem versterken. Niet besparen, maar investeren.

 

De uitzonderlijke impact van corona schudt ons allemaal door elkaar. Het doet veel mensen stilstaan bij fundamentele vragen. Hoe gaan we om met elkaar, met de natuur en met onze planeet? Welke waarden en welk mensbeeld leiden ons handelen? Wie heeft het voor het zeggen, de verpleegster aan het bed of de winsthonger van de farmareus? Hoe krijgen we, na corona, meer impact op politieke keuzes?

 

Het is tijd voor structurele oplossingen. Een rechtvaardige, solidaire samenleving. Met een grotere waardering voor zorgarbeid en alle jobs die al jaren slecht betaald worden, maar nu essentieel blijken om ons leven in te richten. Met een rechtvaardige fiscaliteit die de rijkdom eerlijker verdeelt en een sterke sociale zekerheid financiert. Met maatschappelijke grondrechten die voor iedereen gegarandeerd zijn. Met een actieve overheid die de handen in elkaar slaat met solidaire burgerinitiatieven, en die essentiële dienstverlening niet aan de markt overlaat. Met een economie die ten dienste staat van de mensen, en die klimaat en volksgezondheid op de eerste plaats zet. Met democratie van onderuit en permanente burgerinspraak.

 

Laat ons samen de samenleving beter maken na corona. Het is de hoogste tijd.

 

Tekst: Geertje Franssen – Samenlevingsopbouw Oost-Vlaanderen

Bron: www.sampol.be