Kinderen en jongeren zijn de sleutel in de strijd tegen armoede en racisme in de Denderstreek

21.02.2019

Ikrame Kastit kroop, naar aanleiding van de pano reportage over de verrechtsing van de Denderstreek, in haar pen. Het resultaat? Een goudeerlijk en sterk opiniestuk:

 

Kinderen en jongeren zijn de sleutel in de strijd tegen armoede en racisme in de Denderstreek.
Landelijke gebieden zoals de Denderstreek hebben nood aan meer (Vlaamse) middelen en ondersteuning voor de begeleiding van kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Zo kunnen we armoede en racisme aanpakken. Dat zegt Ikrame Kastit naar aanleiding van de aflevering van “Pano” over de Denderstreek.

 

Het duidingsmagazine “Pano” is gisteravond naar de Denderstreek getrokken en toonde een regio met armoede, wanhoopsracisme, eenzaamheid en verdeeldheid. In de streek waar ooit priester Adolf Daens actief was, groeien vandaag heel wat kinderen en jongeren op in maatschappelijk kwetsbare situaties.

 

Daarom gaan de jeugdopbouwwerkers van Uit De Marge vzw aan de slag in Denderleeuw, Dendermonde en Geraardsbergen. We vangen er steeds meer hulpsignalen op, niet alleen van kinderen, jongeren en jeugdwerkers, maar ook van lokale schepenen en ambtenaren. We zien heel wat uitdagingen die de lokale context overstijgen en waar we een bovenlokaal antwoord voor nodig hebben. Maar ook ondersteuning dicht bij de kwetsbare jongeren is nodig.

 

De armoede stijgt

 

De Denderstreek was vroeger bekend om de lucifer- en textielnijverheid die heel wat mensen in die regio tewerkstelde. Maar eind vorige eeuw sloten de fabrieken en kwamen heel wat arbeidershuizen leeg te staan. Vandaag stijgt de armoede er zienderogen. In Aalst verdubbelde de kansarmoede bij kinderen op 17 jaar tijd, in Denderleeuw, Ninove en Geraardsbergen is die zelfs verdrievoudigd.

 

Die armoede heeft een impact op het dagelijkse leven. Heel wat inwoners, ook kinderen en jongeren, moeten dagelijks overleven met voedselpakketten, in huizen die niet altijd in goede staat zijn. Armoede brengt ook sociale uitsluiting en eenzaamheid met zich mee.

 

Ooit voerde Daens in deze streek een sociale strijd tegen ongelijkheid. Helaas stijgt die ongelijkheid weer. Nu is het de armoede die de mensen verdeelt. We zien een gevecht ontstaan in de onderlaag van de bevolking, met wanhoopsracisme als gevolg.

 

Kinderen en jongeren horen verhalen van hun ouders over “de vreemden” die aankloppen bij het OCMW en alles krijgen zonder iets te moeten doen: een appartement, veel centen en een auto. Die verhalen kloppen niet, maar worden wel voorgeschoteld door populistische politici. Ze hebben een effect in sommige gemeenten in de Denderstreek, maar gelukkig niet overal.

 

Door een gevoel van onmacht en onrecht keren mensen in armoede zich tegen diegene die ze niet kennen, maar waar ze wel cowboyverhalen over horen: “de vreemde”. In een samenleving waar armoede meer en meer als een individuele schuld wordt gezien, biedt dat een uitkomst.

 

Kinderen en jongeren kopiëren blindelings het gedrag van volwassen, met racisme en islamofoob gedrag als gevolg. Dat kwetst en traumatiseert dan weer andere kinderen en jongeren. De bevolkingsgroepen die om verschillende redenen uitgesloten worden, dreigen in deze cocktail te clashen. Dat wordt versneld door polarisering vanuit bepaalde politieke hoeken. We zien gelukkig wel dat niet de hele Denderstreek onder invloed is van een extreemrechts discours.

 

Tekort aan lokale middelen

 

Een antwoord op armoede en uitsluiting mag niet uitblijven, maar de oplossing moet van onderuit mee worden opgebouwd. Dat is precies wat we met het jeugdopbouwwerk doen. We gaan aan de slag met kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties. Wij verwachten niet dat zij ons vinden, maar gaan zelf actief op zoek naar hen, op plekken waar de jongeren vertoeven. Van daaruit slaan we bruggen met andere instellingen die een rol kunnen spelen om de levenssituatie van kinderen en jongeren te verbeteren.

 

In de praktijk merken we dat het steeds moeilijker is om die bruggen te slaan met andere instellingen, want heel wat instanties zijn gewoon niet meer aanwezig in de kleinere gemeenten. De grote instellingen zoals CAW’s en JAC’s trekken zich meer en meer terug naar centrumsteden. Dat betekent een gigantische drempel voor mensen in armoede, want zij moeten zich verplaatsen naar een andere gemeente en botsen dan vaak op wachtlijsten. De grote instellingen trekken weg, terwijl we net het omgekeerde nodig hebben. Meer sociaal werk, op de straat, dicht bij de mensen. De noodkreet is luid en duidelijk aanwezig.

 

Zelfs de jeugdopbouwwerkers, deel van de weinige vertrouwensfiguren die kinderen en jongeren in maatschappelijk kwetsbare situaties bereiken, komen onder druk te staan. Want lokale landelijke gemeenten hebben het steeds moeilijker om de nodige middelen te voorzien, terwijl dat juist de basis is voor een goed sociaal beleid dat armoede verkleint.

 

Een voorbeeld: in het verleden kregen landelijke gemeenten via het sociaal impulsfonds extra middelen. Een deel daarvan is in 2003 naar het gemeentefonds overgeheveld, maar ondertussen is de populatie in die landelijke gemeenten veranderd en zijn de uitdagingen ook gewijzigd.

 

Hiervoor hebben zij juist méér middelen nodig, maar we zien een structurele onderfinanciering van landelijke gemeenten vanuit de Vlaamse overheid. Extra financiering is alleen mogelijk door in te gaan op projectoproepen, wat dan weer een grote werklast en onzekerheid met zich meebrengt. Het zijn net zulke projecten waarmee lokale gemeenten jeugdopbouwwerk kunnen financieren, maar die voortdurend dreigen verloren te gaan.

 

Als we armoede willen bestrijden moeten de Vlaamse en federale overheid hierop meer structureel inzetten én een aangepast beleid ontwikkelen voor landelijke gebieden. Want op dit moment zitten zowel de lokale gemeenten als de inwoners in armoede voortdurend in overlevingsmodus. Dat geeft een gevaarlijke mix van armoede, uitsluiting, racisme en vervreemding. De Vlaamse overheid mag de lokale gemeenten niet loslaten, maar moet net meer solidariteit tussen rijke en arme gemeenten in landelijke gebieden in de hand werken.

 

De superdiverse bevolking groeit

 

Ninove en de Denderstreek hebben, via Denderleeuw en Geraardsbergen, een goede spoorverbinding met Brussel. Heel wat gezinnen verlaten Brussel op zoek naar betaalbare woningen en zoeken hun toevlucht in de Denderstreek, die ook wel eens de olievlek van Brussel wordt genoemd. Ook vanuit Nederland wordt in de Denderstreek naar betaalbare woningen gezocht.

 

Met andere woorden: het aantal bewoners stijgt sterk. De regio telde 271.043 inwoners op 1 januari 2019, een vermeerdering van 1.890 inwoners op één jaar tijd. Vooral Aalst, Ninove, Geraardsbergen, Denderleeuw, Haaltert, Herzele, Lede, Lierde en Sint‐Lievens‐Houtem tellen meer inwoners dan een jaar geleden. Het betekent voor de lokale gemeenten een hele uitdaging om deze transit te begeleiden.

 

Vooral gezinnen komen er wonen. Maar de ouders blijven vaak in Brussel werken en ook de jongeren brengen nog een deel van hun vrije tijd door in Brussel. Als landelijke gemeenten net een samenleving willen creëren waar inwoners zich met elkaar verbonden voelen, moeten ze inzetten op een vrijetijdsaanbod op maat van al die kinderen en jongeren, én op opbouwwerk dat verschillende soorten inwoners met elkaar verbindt. Zo worden contacten gestimuleerd en leren verschillende groepen en leeftijden elkaar beter kennen. Op die manier wordt een verbondenheid gecreëerd met de gemeente en met elkaar.

 

Daarvoor heeft de Denderstreek de steun nodig vanuit Vlaanderen. De landelijke gemeenten krijgen een instroom van Franstalige Belgen met een migratieachtergrond die een toekomst willen uitbouwen in de Denderstreek. Tegelijk sluiten mensen zich op, omdat ze angstig zijn, eenzaam en verontwaardigd.

 

Als je het samenleven wilt versterken, moet je mensen uit hun huis krijgen, moeten de jongeren met Congolese roots op een positieve manier in contact kunnen komen met senioren uit dezelfde buurt. Dat kan alleen als ook wordt ingezet op integratie van de ontvangende gemeenschap. Via samenlevingsopbouw, via jeugdwerk maar ook door de bronnen van onrecht aan te pakken zoals armoedebestrijding, gebrek aan toegankelijke hulpverlening dichtbij voor kinderen, jongeren en ouderen en door het aanpakken van racisme.

 

Willen of niet, we moeten samen verder

 

Deze signalen komen niet alleen in de Denderstreek naar boven, maar ook in andere landelijke gemeenten zoals Liedekerke, Beersel, Halle en Landen. Laten we niet een hele generatie kinderen en jongeren de dupe zien worden van een clash tussen de onderdrukten, maar laten we net de handen in elkaar slaan om de situatie voor al die kinderen en jongeren te verbeteren.

 

Wij van Uit De Marge vzw reiken alvast de hand naar alle lokale gemeenten, de Vlaamse overheid en de grote welzijnsinstellingen om aan de slag te gaan zodat we samen de situatie voor alle kinderen en jongeren in landelijke gebied en in grootsteden verbeteren. Vanuit een solidariteit naar iedereen die nu uit de boot valt.

 

Of we het willen of niet, we moeten samen verder. De toekomst maar ook het heden is jong en superdivers. Laten we alles inzetten om daar een succesverhaal van te maken, zodat elk kind, ongeacht zijn afkomst, zich thuis kan voelen, of het nu in Dendermonde, Geraardsbergen, Antwerpen of Brussel is.

 

Bron: www.vrt.be