Opinie: Schooltoelage terugvorderen als kind spijbelt werkt niet, het is beter de oorzaken aan te pakken

14.06.2019

Als een jongere spijbelt, riskeren ouders die het financieel moeilijk hebben de schooltoelage voor hun kind kwijt te spelen. Uit nieuwe cijfers blijkt dat vorig jaar 2.241 gezinnen gemiddeld elk 297 euro moesten terugbetalen. Volgens Samenlevingsopbouw, die samen met mensen in een kwetsbare positie aan structurele oplossingen voor maatschappelijke problemen werkt, is die maatregel niet efficiënt en niet rechtvaardig.

 

Lies Ryckeboer
De auteur is woordvoerder van de organisatie Samenlevingsopbouw die mensen in maatschappelijk kwetsbare posities ondersteunt en versterkt

 

Stel je voor dat je kind steeds vaker spijbelt en dat jouw financiële situatie daar een rol in speelt. Het bedrijf waar je jarenlang hebt gewerkt is failliet. Omdat je kort geschoold bent, is het niet makkelijk om een nieuwe job te vinden. Je kon niet anders dan verhuizen naar een goedkopere woning, die eigenlijk te klein is voor je gezin. Door de drukte en de schimmel op de muren voelt je dochter zich vaak niet goed en lukt het niet om te studeren. Haar schoolresultaten zijn navenant. Een wagen heb je sowieso niet. Je dochter moet dus met de bus naar school, die maar één keer per uur rijdt. Ze heeft de keuze tussen drie kwartier buiten wachten in de kou, of elke dag een kwartier te laat zijn. Ze wordt ook gepest, omdat ze slechte punten heeft en niet kan meepraten over leuke weekendtrips of verjaardagsfeestjes.

 

Niet alle jongeren spijbelen of verlaten vroegtijdig de schoolbanken omwille van een kwetsbare thuissituatie, maar jongeren met problematische afwezigheden scoren wel beduidend hoger op de meeste kansarmoede-indicatoren. Het klinkt logisch om spijbelgedrag bij die jongeren terug te dringen door de oorzaken aan te pakken. Maar wat is het effect van de maatregel die ouders die het niet breed hebben straft omdat hun kind spijbelt? Gezinnen worden nog meer de armoede ingeduwd en de oorzaken van het spijbelen worden potentieel nog groter. De maatregel schiet zijn doel dus voorbij.

 

Los van het effect, is de maatregel ook onrechtvaardig. Hij viseert immers alleen gezinnen met de laagste inkomens, die als enige op de toelages recht hebben en ze ook nodig hebben om de schoolfactuur te kunnen betalen. Problematische afwezigheden komen nochtans ook voor bij jongeren die geen financiële problemen kennen.

 

 

Preventieve aanpak om spijbelen tegen te gaan werkt wel

 

Kansarmoede structureel aanpakken zodat minder ouders een schooltoelage nodig hebben en kinderen menswaardig kunnen opgroeien is sowieso onontbeerlijk om spijbelen tegen te gaan. Daarnaast ondervinden we dat het efficiënt is om de schoolomgeving en de sociale omgeving van het kind positief samen te brengen. Daar zetten we als Samenlevingsopbouw met ons onderwijsopbouwwerk sterk op in, samen met lokale besturen.

 

Als leerlingen die het moeilijker hebben begeleiding krijgen, voelen ze zich vaak beter in de klas.

 

De band tussen de leerkracht en de leerling versterken is essentieel. Scholen begeleiden in omgaan met maatschappelijke kwetsbaarheid is daar één aspect van. Zowel lesgeven als naar school gaan wordt fijner als leerkrachten de reflex hebben om na te gaan waarom een leerling elke dag een kwartier te laat komt en niet zomaar veronderstellen dat een leerling en haar of zijn ouders hun best niet doen. Zo kunnen school, leerling en ouders samen naar oplossingen zoeken. Inzicht in maatschappelijke kwetsbaarheid biedt leerkrachten ook de kans om ondanks moeilijke momenten te werken aan een goeie sfeer, aan een positieve feedbackcultuur en aan een basisvertrouwen tussen leerkracht en leerling.

 

Verder investeren we vanuit het maatschappelijk opbouwwerk in concepten waarbij de schoolgebouwen en speelplaats een veilige omgeving worden voor allerlei nevenactiviteiten. Als leerlingen die het moeilijker hebben begeleiding krijgen en schitteren tijdens de naschoolse activiteit, voelen ze zich vaak beter in de klas.

 

 

School moet binnen het gezin een centrale plek innemen

 

Even doeltreffend is het vergroten van de betrokkenheid tussen ouder en school. In verschillende projecten gaan we langs bij mensen die het moeilijk hebben. Nog voor hun kind naar school gaat begeleiden we hen om hun kind in te schrijven en motiveren we hen om de toekomstige school van hun kind te bezoeken. Verder zoeken we samen met leerkrachten naar methoden zodat ouders de leerkracht en de klas leren kennen en omgekeerd. En we werken aan een betere communicatie tussen de ouder en de school, onder meer via vormingen over Smartschool, want lang niet elke ouder is vertrouwd met digitale communicatie. Al die initiatieven helpen om de school binnen het gezin een centrale plek te doen innemen.

 

Ouders weten soms echt niet hoe ze hun puber nog kunnen motiveren, ook al doen ze er alles aan.

 

Daarnaast moeten kinderen en gezinnen die in een kwetsbare positie leven de nodige omkadering krijgen buiten de school. Vanaf vijf halve dagen problematische afwezigheid schakelt de school het centrum voor leerlingenbegeleiding in. De begeleiding door experten van het CLB is des te belangrijk omdat ouders soms echt niet weten hoe ze hun puber nog kunnen motiveren, ook al doen ze er alles aan. Het CLB kan uiteraard alleen maar impact hebben als er voldoende middelen naartoe gaan. Hetzelfde geldt voor de opvoedingsondersteuning vanuit verschillende diensten, zodat ouders met jonge kinderen vaardigheden leren om de combinatie gezin, werk en school te managen.

 

Er is dus een globale aanpak nodig die voor elk gezin met een spijbelend kind een meerwaarde betekent. En in zo’n aanpak is er geen plaats voor de terugvordering van studietoelages.

 

Bron: www.vrt.be